ECLI:NL:GHAMS:2021:3887
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- M.T. Hoogland
- G.W. Brands – Bottema
- M.E. Burger
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling tussen grootmoeder en kleinkinderen ondanks nauwe persoonlijke betrekking
De grootmoeder heeft in hoger beroep verzocht om het vaststellen van een omgangsregeling met haar kleinkinderen, waarbij zij stelde dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. Het hof oordeelt dat de grootmoeder ontvankelijk is omdat zij gedurende meerdere jaren frequent en intensief contact met de kinderen heeft gehad, ook buiten aanwezigheid van de ouders.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het vaststellen van een omgangsregeling in het belang van de kinderen is. De moeder betwist dit en wijst op de negatieve invloed van spanningen en conflicten in het verleden, die hebben geleid tot psychologische behandeling van de kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eveneens geen omgangsregeling vast te stellen vanwege het kwetsbare verleden van de kinderen en het ontbreken van draagvlak.
Het hof concludeert dat het belang van de kinderen bij rust en stabiliteit prevaleert boven het contact met de grootmoeder. Het verzoek tot omgangsregeling wordt daarom afgewezen, ondanks de nauwe persoonlijke betrekking. De moeder zal de grootmoeder wel periodiek informeren over het welzijn van de kinderen via e-mail, zonder dat de grootmoeder hierop zal reageren.
Uitkomst: Het verzoek van de grootmoeder tot het vaststellen van een omgangsregeling met de kinderen wordt afgewezen.