ECLI:NL:GHAMS:2021:3986

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2021
Publicatiedatum
21 december 2021
Zaaknummer
000676-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand in eenvoudige strafzaak

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam waarin een vergoeding voor kosten rechtsbijstand was gematigd tot €1.500,00 voor de strafzaak. De strafzaak betrof een eenvoudige zaak met een dossier van circa 15 pagina's. De rechtbank matigde de vergoeding omdat zij de bestede uren en het uurtarief van €250 exclusief btw niet redelijk achtte.

Het hof heeft het hoger beroep gegrond verklaard en de beschikking van de rechtbank vernietigd. Het hof oordeelde dat de advocaat voldoende heeft toegelicht waarom bijna 16 uren aan de zaak zijn besteed en achtte de matiging van de rechtbank niet gerechtvaardigd. Het hof vond gronden van billijkheid aanwezig om de volledige gevraagde vergoeding van €4.568,96 toe te kennen voor de strafzaak.

Daarnaast kende het hof ook een vergoeding toe voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg en hoger beroep, tezamen €830,00. De totale vergoeding bedraagt daarmee €5.398,96.

De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 december 2021 en de tenuitvoerlegging van de beschikking is bevolen door overmaking van het bedrag op de derdengeldenrekening van de advocaat.

Uitkomst: Het hof kent een volledige vergoeding van €5.398,96 toe voor kosten rechtsbijstand.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000676-21 (530 Sv) en 000675-21 (533 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 13/134584-18
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2020 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. T. Farber,
Prinsegracht 6, 2512 GA Den Haag.

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 10 december 2020 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 november 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals gewijzigd in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 4.568,96;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 550,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 280,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft de verzoeken toegewezen, met dien verstande dat het verzoek onder a) is gematigd tot een bedrag van € 1.500,00. De rechtbank heeft hiertoe als volgt gemotiveerd:
De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid
aanwezig een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman.
Het gevorderde bedrag zal echter fors worden gematigd. Het betreft een zeer eenvoudige strafzaak, met een dossier dat uit ongeveer 15 pagina’s tekst bestaat (de brieven van de raadsman en het verhoor waarbij verdachte zich op zijn zwijgrecht heeft beroepen niet meegerekend). Onvoldoende is gebleken waarom aan een dergelijk eenvoudige zaak bijna 16 uur besteed moest worden tegen een uurtarief van € 250,00 ex btw. De rechtbank acht een bedrag van € 1.500,00 euro billijk en zal dat toekennen.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van een vergoeding. Voor het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag zoekt het hof in beginsel aansluiting bij de gespecificeerde declaratie van de advocaat. Dit wordt echter anders indien gronden van billijkheid aanwezig zijn om hiervan af te wijken. Dit kan bijvoorbeeld zijn gelegen in de bovenmatigheid van de declaratie. Het moet dan wel gaan om een in meer of mindere mate in het oog springende bovenmatigheid. Het hof is van oordeel dat de advocaat in raadkamer voldoende heeft toegelicht waarom aan deze relatief kleine zaak bijna 16 uren moesten worden besteed. Anders dan de rechtbank zal het hof daarom de verzochte vergoeding niet matigen..
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 4.568,96.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 830,00.

4.Beslissing

Het hof:
Verklaart het hoger beroep gegrond.
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan appellant een vergoeding toe van € 5.398,96 (vijfduizend driehonderdachtennegentig euro en zesennegentig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, A.M. Kengen en R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 16 december 2021.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 5.398,96 (vijfduizend driehonderdachtennegentig euro en zesennegentig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. Stichting Derdengelden Farber Zwaanswijk Advocaten o.v.v. Vergoeding 530 Sv inzake [verzoeker].
Amsterdam, 16 december 2021,
mr. R.D. van Heffen, voorzitter.