Op 25 juni 2020 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het doen van natuurlijke behoefte buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats in Amsterdam, in strijd met artikel 5.11, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de Gemeente Amsterdam.
De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft op 3 september 2021 een vonnis gewezen waarin een sanctie werd opgelegd. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en doet opnieuw recht. De verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €140, welke bij gebreke van betaling wordt vervangen door twee dagen hechtenis. De geldboete wordt geheel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar, waarin de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de verdachte zich opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De uitspraak is gedaan door mr. N.A. Schimmel, in aanwezigheid van griffier L.M. van Leeuwen, op 16 december 2021.