In deze zaak stond de verdachte terecht wegens twee afzonderlijke feiten van het aanbieden van nepdrugs in Amsterdam, gepleegd op 5 december 2019 en 6 februari 2020. De feiten zijn gekwalificeerd als overtredingen van artikel 2.7, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 van de gemeente Amsterdam.
De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld door de kantonrechter, maar stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de kantonrechter vernietigd en doet nu opnieuw recht. Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 30 uur en een hechtenisstraf van 15 dagen, welke taakstraf bij niet-nakoming kan worden vervangen door de hechtenisstraf.
Daarnaast legt het hof een gevangenisstraf van 1 week op, die voorwaardelijk wordt opgelegd met een proeftijd van 2 jaar. De gevangenisstraf zal niet worden uitgevoerd tenzij de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. Zowel de verdachte als de advocaat-generaal hebben afstand gedaan van het recht om in cassatie te gaan.