Op 7 december 2020 werd verdachte te Amsterdam betrapt op een overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De politierechter in Amsterdam veroordeelde verdachte op 23 maart 2021. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het veroordeelde verdachte tot een taakstraf van 28 uur, met een hechtenisstraf van 14 dagen als vervangende straf indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Tevens werd bepaald dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur taakstraf per dag voorarrest.
Tijdens de terechtzitting deden zowel verdachte als de advocaat-generaal afstand van het recht om cassatie in te stellen. Het vonnis werd gewezen door mr. J.D.L. Nuis in aanwezigheid van de griffier mr. L. van Dijk.