ECLI:NL:GHAMS:2021:4214
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Huurrecht voormalig echtelijke woning toegekend aan vrouw na ontbinding geregistreerd partnerschap
Partijen zijn in 2019 een geregistreerd partnerschap aangegaan dat in juni 2021 is ontbonden. De rechtbank had het huurrecht van de woning aan de vrouw toegekend, met de verplichting voor de man de woning te verlaten. De man ging in hoger beroep tegen dit deel van de beschikking.
In het hoger beroep werd vastgesteld dat beide partijen moeite hebben met het vinden van vervangende woonruimte en beperkte financiële middelen hebben. De man betoogde dat hij meer recht had op het huurrecht omdat hij veel tijd had gestoken in de verbouwing en geen alternatieve woonruimte heeft. De vrouw stelde dat zij gebonden is aan de omgeving vanwege haar werk en nachtblindheid, en dat de man meer kans heeft op een woning vanwege een langere inschrijfduur bij de woningbouwvereniging.
Na afweging van de belangen oordeelde het hof dat het belang van de vrouw zwaarder weegt, mede omdat zij afhankelijk is van fietsvervoer naar haar werk en actief heeft gezocht naar woonruimte zonder succes. De man heeft een grotere kans op vervangende woonruimte door een langere inschrijfduur en is niet economisch gebonden aan de omgeving. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het huurrecht toe aan de vrouw.
Uitkomst: Het huurrecht van de voormalig echtelijke woning wordt toegewezen aan de vrouw.