ECLI:NL:GHAMS:2021:4233
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige in pleeggezin
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van haar minderjarige dochter in een pleeggezin. De moeder betwistte de machtiging en voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de zitting in eerste aanleg en dat de thuissituatie inmiddels verbeterd zou zijn.
De minderjarige verbleef sinds juni 2020 in een leefgroep en werd in augustus 2021 overgeplaatst naar een pleeggezin. De moeder heeft begeleide omgang en de vader beperkt contact. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden de machtiging te bekrachtigen vanwege de noodzaak van een stabiele en veilige omgeving voor traumatherapie.
Het hof oordeelde dat de moeder correct was opgeroepen en dat het hoger beroep diende ter herstel van eerdere omissies. De eerdere beslissingen waren uitvoerig gemotiveerd en de moeder bracht geen nieuwe omstandigheden aan. Gezien de problematiek van de minderjarige, waaronder PTSS en parentificatie, achtte het hof de plaatsing in een pleeggezin noodzakelijk en in het belang van het kind.
De moeder werd niet veroordeeld in de proceskosten. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af. Tevens benadrukte het hof het belang van goede communicatie tussen GI en moeder over de ontwikkeling van de minderjarige in het pleeggezin.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een pleeggezin en wijst het hoger beroep van de moeder af.