ECLI:NL:GHAMS:2021:4286
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in vereniging
Op 4 januari 2020 ontstond een verkeersruzie in Den Haag waarbij verdachte en een medeverdachte betrokken waren. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij samen met de medeverdachte openlijk geweld had gepleegd tegen een fietser door hem meermalen te slaan.
In hoger beroep heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte geen opzet had op samenwerking en onvoldoende bewijs bestaat voor zijn bijdrage aan het geweld. De advocaat-generaal stelde dat het tenlastegelegde bewezen kon worden op basis van verklaringen van de aangever en getuigen.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de aangever heeft geslagen of een wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd. Getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en onvoldoende betrouwbaar. Ook de verklaring van verdachte over een afwerende duw veranderde hier niets aan.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig is bevonden. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging wegens onvoldoende bewijs van een significante bijdrage.