Uitspraak
1.Het beklag
[beklaagde](hierna: beklaagde) ter zake van mishandeling.
Gerechtshof Amsterdam
Klager richtte een beklag tegen het besluit van de officier van justitie om geen strafvervolging in te stellen tegen beklaagde wegens mishandeling na een woordenwisseling op 20 maart 2021. Het hof heeft het dossier, het ambtsbericht en het verslag van de advocaat-generaal bestudeerd en klager en beklaagde uitgenodigd voor een toelichting, maar zij zijn niet verschenen.
Het hof overweegt dat het niet vaststaat dat sprake is van een bewijsbaar strafbaar feit en dat zelfs indien dat zo zou zijn, het belang bij strafvervolging onvoldoende zwaarwegend is. Het primaire doel van klager is het verkrijgen van schadevergoeding, waarvoor het strafrecht slechts terughoudend ingezet dient te worden. Het hof benadrukt dat klager zijn schade via civielrechtelijke weg kan verhalen.
Daarnaast adviseert het hof betrokkenen om hun onderlinge problemen, eventueel met bemiddeling, op te lossen om vreedzaam samen te leven. Gezien deze omstandigheden concludeert het hof dat geen strafvervolging moet worden ingesteld en verklaart het beklag ongegrond. De beschikking is definitief en niet vatbaar voor rechtsmiddelen.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het niet instellen van strafvervolging wegens onvoldoende zwaarwegend belang.