Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
- de zevende regel (‘De rechtbank stelt verder vast…’) tot en met de dertiende regel (‘…inlogcode van zijn telefoon te geven aan de politie’) van de derde alinea onder het kopje ‘3.3.2. Bewijsoverweging’ schrapt, omdat het hof deze niet redengevend acht voor de bewezenverklaring. Dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep wel de volledige naam en een deel van de postcode van ‘een vriend genaamd Wiebe’ heeft genoemd, maakt dat niet anders aangezien dat naar het oordeel van het hof voor de bewezenverklaring niet relevant is;
- mede gelet op het voorgaande niet toekomt aan de beoordeling van het door de raadsman ter terechtzitting gedane verzoek om – indien het hof de verklaring van de verdachte met betrekking tot [getuige] ongeloofwaardig acht – die [getuige] als getuige te horen, omdat de voorwaarde niet is vervuld. Ook overigens is het verzochte verhoor niet van belang voor enige door het hof te nemen beslissing, zodat de noodzaak tot het horen van de getuige niet gebleken;
- de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvult met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.