Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
9.Beslissing
18 (achttien) maanden.
Rechtbank Noord-Holland
Op 1 augustus 2020 werd verdachte aangehouden in Castricum als bestuurder van een auto waarin ruim vier kilo heroïne werd aangetroffen in de kofferbak. Verdachte ontkende wetenschap te hebben van de heroïne, maar de rechtbank verwierp dit verweer op basis van de omstandigheden en bewijs.
De rechtbank vond het ongeloofwaardig dat een drugsorganisatie de heroïne onbeheerd zou achterlaten en de auto zou uitlenen aan een buitenstaander terwijl de heroïne aanwezig was. Verdachte gaf een vage en niet verifieerbare verklaring over zijn bestemming en weigerde medewerking aan het onderzoek door zijn telefoon niet te ontsluiten.
Daarnaast waren er kort na de aanhouding mannen bij de ouders van verdachte die specifieke informatie hadden over de aanhouding en een som geld eisten, wat de rechtbank meenam in haar oordeel. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk heroïne vervoerde.
De rechtbank kwalificeerde het feit als een strafbaar handelen in strijd met de Opiumwet en legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de hoeveelheid drugs en het ontbreken van eerdere opiumdelicten van verdachte.
De in beslag genomen Huawei-telefoon werd aan verdachte teruggegeven. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 25 november 2020.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk vervoeren van ruim vier kilo heroïne.