Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarbij verdachte is veroordeeld voor diefstal van twee trouwringen uit een woning te Rhenen. De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof heeft dit in hoger beroep verhoogd naar 32 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De Hoge Raad vernietigde het arrest deels vanwege de strafduur en schadevergoedingsmaatregel en verwees de zaak terug.
Bij het nieuwe arrest heeft het hof de materiële schadevergoeding van €1.650 toegewezen, maar de immateriële schadevergoeding afgewezen omdat geen sprake was van lichamelijk letsel of aantasting van eer of goede naam. De wettelijke rente wordt vanaf 21 september 2017 berekend. De verdachte is veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en wettelijke rente, met een gijzelingstermijn van maximaal 26 dagen bij niet-betaling.