ECLI:NL:GHAMS:2021:4373
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep strafzaak wegens ontbreken van grieven
Op 11 februari 2021 heeft het gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in het hoger beroep van een verdachte tegen het vonnis van de politierechter van 20 oktober 2020. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis, maar heeft geen schriftelijke grieven ingediend en ook geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij het onderzoek van de zaak in hoger beroep. Op grond hiervan heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting. De oudste en jongste raadsheer waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en een rechtens te respecteren belang.