ECLI:NL:GHAMS:2021:4410

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2021
Publicatiedatum
1 april 2022
Zaaknummer
23-001052-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WVW 1994Art. 8 lid 1 WVW 1994Art. 8 lid 5 WVW 1994Art. 3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeerArt. 2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens besturen auto onder invloed van THC met overschrijding grenswaarde

De verdachte werd aanvankelijk door de politierechter vrijgesproken van het besturen van een personenauto onder invloed van THC met een bloedwaarde boven de wettelijke grenswaarde. Het openbaar ministerie stelde hiertegen hoger beroep in. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde in eerste aanleg het vonnis, maar verving de motivering. De advocaat-generaal stelde cassatieberoep in, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigde en de zaak terugwees voor hernieuwde behandeling.

Bij het onderzoek in hoger beroep stelde het hof vast dat de verdachte op 15 oktober 2017 te Wieringerwerf een auto bestuurde met een THC-gehalte van 11 microgram per liter bloed, hoger dan de wettelijke grenswaarde. Het hof achtte dit wettig en overtuigend bewezen en verwierp daarmee de eerdere vrijspraak.

De verdachte werd veroordeeld voor overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Gelet op de ernst van het feit, het tijdsverloop sinds het delict, het feit dat de verdachte het tenlastegelegde heeft bekend en zijn eerdere strafrechtelijke verleden, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van €650,- op, met een proeftijd van twee jaar, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

Het hof motiveerde dat het gebruik van cannabis de rijvaardigheid nadelig beïnvloedt en dat het besturen van een voertuig onder invloed de verkeersveiligheid in gevaar brengt. De straf werd gematigd vanwege de omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 november 2021.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €650,- en ontzegging rijbevoegdheid van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001052-21
datum uitspraak: 11 november 2021
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 20 april 2021 met nummer 20/01956 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 96-242945-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
adres: [adres].

Procesgang

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Het openbaar ministerie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft het bestreden vonnis in hoger beroep bij arrest van 30 juni 2020 bevestigd, met dien verstande dat het de gegeven motivering heeft vervangen.
De advocaat-generaal heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft het arrest van het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 20 april 2021 vernietigd en de zaak teruggewezen naar het gerechtshof Amsterdam teneinde de zaak opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 oktober 2021.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 15 oktober 2017 te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon een voertuig, te weten een personenauto heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten Cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 11 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 15 oktober 2017 te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon een voertuig, te weten een personenauto heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten Cannabis, terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de WVW94, het gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 11 microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3 van Pro het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde vrijgesproken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 650,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 dagen hechtenis, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De verdachte heeft het hof ter terechtzitting in hoger beroep verzocht in het kader van de strafmaat rekening te houden met het tijdsverloop sinds het tenlastegelegde en met zijn financiële situatie. Voor zover het hof een geldboete zou opleggen, heeft de verdachte verzocht te bepalen dat deze in termijnen kan worden betaald.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon alsmede de draagkracht van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto op de openbare weg onder invloed van THC. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van drugs de rijvaardigheid nadelig beïnvloedt. Door aldus te handelen heeft de verdachte de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.
De ernst van het feit rechtvaardigt in beginsel oplegging van een geldboete in combinatie met een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Het hof ziet in het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde, het feit dat de verdachte het tenlastegelegde van meet af aan heeft bekend alsmede de omstandigheid dat hij niet eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld evenwel aanleiding om de straf te beperken tot een voorwaardelijke geldboete.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 650,00 (zeshonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
13 (dertien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 november 2021.
De voorzitter, de oudste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]