ECLI:NL:GHAMS:2021:49
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: ingangsdatum, draagkracht en zorgkorting vastgesteld
Partijen, ouders van een minderjarige geboren in 2017, waren in hoger beroep over de vaststelling van kinderalimentatie. De rechtbank had bepaald dat de man vanaf 1 juni 2019 €504 per maand moest betalen, maar de man kwam hiertegen in hoger beroep met verzoek tot aanpassing van de ingangsdatum en het bedrag.
Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van de alimentatie op 30 september 2019 moet worden gesteld, omdat het verzoekschrift toen bij de rechtbank binnenkwam en de man vanaf die datum rekening moest houden met betaling. De draagkracht van de man werd berekend op basis van een bruto jaarinkomen van €58.535, met een forfaitaire woonlast, wat resulteerde in een draagkracht van €927 per maand. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op €407 per maand.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op €693 per maand. Door een draagkrachtvergelijking werd het aandeel van de man vastgesteld op €482 per maand vanaf 30 september 2019. Vanaf 1 mei 2020 werd een zorgkorting van 5% toegepast vanwege omgang, waardoor het bedrag werd verlaagd naar €459 per maand. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof stelde de alimentatiebedragen opnieuw vast. De terugbetalingsverplichting werd beperkt tot verrekening met achterstallige termijnen.
Uitkomst: De kinderalimentatie is vastgesteld op €482 per maand vanaf 30 september 2019 en €459 per maand vanaf 1 mei 2020 met toepassing van zorgkorting.