In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de ICT-dienstverlener ([geïntimeerde]) tekortgeschoten was in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van een Service Level Agreement (SLA) met de opdrachtgever ([appellante]). Kort na het einde van het onderhoudscontract werd het systeem van de opdrachtgever gehackt, waarbij bleek dat er geen recente bruikbare back-ups beschikbaar waren om het systeem te herstellen.
Het hof stelde vast dat de ICT-dienstverlener verantwoordelijk was voor het systeem- en netwerkbeheer, inclusief het back-upsysteem, tot de overdracht van de werkzaamheden op 21 juni 2016. De laatste back-up dateerde van 29 april 2016, wat te oud was om het systeem adequaat te herstellen. De ICT-dienstverlener was daarmee tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de SLA.
De opdrachtgever vorderde schadevergoeding voor onder meer het opzetten van een noodsysteem, betaling van losgeld, en productieverlies. Het hof achtte het causaal verband tussen de tekortkoming en de schade voldoende onderbouwd en wees de vordering grotendeels toe. Tegelijkertijd werd twee derde van de schade toegerekend aan de opdrachtgever zelf, omdat het hackincident mede aan haar eigen keuzes te wijten was.
De vordering van de ICT-dienstverlener tot betaling van een factuur werd bekrachtigd. De kosten van de door de opdrachtgever ingeschakelde deskundige werden deels toegewezen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de vordering van de opdrachtgever betrof en veroordeelde de ICT-dienstverlener tot betaling van schadevergoeding en kosten, met wettelijke rente.