ECLI:NL:GHAMS:2021:559
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: vaststelling draagkracht en terugbetalingsverplichting
Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking over kinderalimentatie. De vrouw verzocht vernietiging van een eerdere beschikking waarin de alimentatiebedragen waren verlaagd, terwijl de man de wijziging wilde bekrachtigen.
Het hof stelde vast dat de oorspronkelijke alimentatie van € 200,- per kind per maand vanaf september 2017 niet aan wettelijke maatstaven voldeed, omdat deze was gebaseerd op onvolledige gegevens. Het hof ging daarom uit van een ingangsdatum van 13 september 2017 voor de wijziging.
De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op € 513,- per maand. De draagkracht van de man werd berekend aan de hand van zijn netto besteedbaar inkomen, waarbij rekening werd gehouden met zijn beperkte inkomsten in 2017 en 2018 vanwege psychische klachten en een gebroken hand. Voor 2019 werd uitgegaan van een bruto arbeidsinkomen van circa € 26.395,-. De draagkracht leidde tot een alimentatie van € 25,- per kind per maand vanaf 2017 en € 116,- vanaf 2019.
Het hof hield rekening met een zorgkorting van 15% vanwege omgang, maar deze kon niet worden verrekend vanwege het tekort aan draagkracht. Vanwege de financiële situatie van de vrouw en de zorg voor vier minderjarige kinderen werd geen terugbetalingsverplichting opgelegd voor teveel betaalde alimentatie. De beschikking werd bekrachtigd met deze aanvullende bepaling.
Uitkomst: De gewijzigde kinderalimentatie vanaf 13 september 2017 wordt bekrachtigd zonder terugbetalingsverplichting voor de vrouw.