ECLI:NL:GHAMS:2021:568
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing partneralimentatieverzoek na ontbinding huwelijk en beoordeling draagkracht
Partijen waren gehuwd sinds 1989 en zijn bij beschikking van de rechtbank Amsterdam in december 2018 gescheiden. De vrouw verzocht om partneralimentatie van €700 per maand, welke door de rechtbank werd toegewezen met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
De man ging in hoger beroep tegen deze beschikking en voerde aan dat hij niet draagkrachtig is om partneralimentatie te betalen. Het hof bevestigde dat het huwelijk op 13 mei 2019 is ontbonden en stelde de ingangsdatum van de alimentatie op die datum vast. Bij de beoordeling van de draagkracht nam het hof de WIA-uitkering, pensioeninkomsten, huurkosten en schuldenlast van de man in aanmerking.
Het hof concludeerde dat de man onvoldoende draagkracht heeft om partneralimentatie te betalen en vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze alimentatie toekende. Het verzoek van de vrouw werd afgewezen, met dien verstande dat reeds betaalde bedragen of bedragen waarop de man is aangesproken, in aanmerking worden genomen. De vrouw heeft slechts bijstandsniveau aan inkomsten en gebruikelijke lasten, waardoor terugbetaling van ontvangen alimentatie niet redelijk is.
De beschikking werd op 23 februari 2021 door het hof uitgesproken, waarbij het verzoek tot partneralimentatie werd afgewezen en het hoger beroep van de man in zoverre werd toegewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om partneralimentatie af wegens onvoldoende draagkracht van de man.