Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[de man] ,
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,ingekomen op dezelfde datum;
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gescheiden ouders van een minderjarige en zijn in geschil over de hoogte van de kinderalimentatie. De rechtbank had de alimentatie verhoogd, maar de man ging in hoger beroep. Hij stelde dat zijn inkomensverlies niet verwijtbaar was en dat rekening moest worden gehouden met zijn forse schuldenlast.
Het hof stelde vast dat de man sinds december 2019 een WW- en Ziektewetuitkering ontvangt vanwege psychische klachten, waardoor hij niet in staat is het oude inkomen te herwinnen. De man had geen verwijtbare gedragingen die tot het inkomensverlies leidden. De inkomsten uit kamerverhuur werden deels meegenomen, maar niet de inkomsten uit onroerend goed in Turkije.
De draagkracht van de man werd berekend met inachtneming van zijn inkomen en schuldenlast. Voor de periode van 6 november 2018 tot 2 december 2019 werd de alimentatie vastgesteld op respectievelijk €316 en €291 per maand. Vanaf 2 december 2019 werd het verzoek tot verhoging afgewezen en bleef de oude alimentatie gelden. De beschikking werd vernietigd en opnieuw vastgesteld door het hof.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verhoogd met terugwerkende kracht tot 2 december 2019, maar het verzoek tot verhoging vanaf die datum wordt afgewezen vanwege niet verwijtbaar inkomensverlies en schuldenlast.