ECLI:NL:GHAMS:2021:862
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot echtscheiding wegens te late betekening
Partijen zijn in 2008 gehuwd en hebben twee kinderen. De vrouw diende op 24 december 2019 een verzoek tot echtscheiding in, met een verzoek tot bijdrage in levensonderhoud. De betekening van dit verzoek aan de man vond echter pas plaats op 14 en 15 januari 2020, terwijl de wet een termijn van veertien dagen voorschrijft.
De rechtbank verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk vanwege deze te late betekening. De vrouw stelde in hoger beroep dat de niet-ontvankelijkheid onterecht was, onder meer omdat de man tijdig op de hoogte was en verweer had gevoerd. De man voerde aan dat de termijn strikt moest worden nageleefd en dat het ontbreken van een ouderschapsplan eveneens tot niet-ontvankelijkheid leidde.
Het hof oordeelde dat de wettelijke termijn van artikel 816 lid 1 Rv Pro niet was nageleefd en dat dit niet hersteld kon worden. Het feit dat de man verweer voerde, maakte dit niet anders. De sanctie van niet-ontvankelijkheid was dan ook terecht opgelegd. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man om proceskosten toe te wijzen af, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding wegens niet-tijdige betekening.