Conclusie
1.Feiten en procesverloop
- [kind 1] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [plaats] ; en
- [kind 2] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [plaats] .
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Het eerste lid van art. 816 Rv Pro luidt als volgt:
Dat is even wel niet de strekking van het procesreglement. In de toelichting op artikel 4.2 is in dat verband het volgende opgemerkt [21] :
Door deze sanctie vervalt de noodzaak de termijn van artikel 816 lid 1 Rv Pro apart te sanctioneren.Het opnemen van een sanctie brengt wel mee dat de termijnen redelijk moeten zijn.
Het geven van een tweede termijn brengt extra administratieve handelingen met zich mee. Het verdient daarom de voorkeur één termijn te geven die lang genoeg is. Gelet op de aard van de handelingen die voor betekening moeten worden verricht valt niet goed in te zien waarom de termijn langer zou moeten zijn dan vier weken.(…)”
Betekening van het eenzijdige verzoekschrift tot echtscheiding aan de andere echtgenoot is door de wetgever in art. 816 lid 1 Rv Pro geformuleerd als een ontvankelijkheidsvereiste. De termijn waarbinnen de betekening dient plaats te vinden is van openbare orde en dient door de rechter ambtshalve te worden toegepast. Het is vaste rechtspraak dat met het oog op de rechtszekerheid aan dergelijke termijnen strikt de hand moet worden gehouden. Niet-tijdige betekening leidt daarom in beginsel tot de sanctie van niet-ontvankelijkheid. Een procesreglement kan wel een termijn inhouden voor het verrichten van een proceshandeling, maar een procesreglement kan een wettelijk voorgeschreven termijn niet opzij zetten of verlengen.
Daarvan staat los de vraag of de sanctie vervolgens ook in alle gevallen moet worden toegepast. Dat is in deze zaak het te beslissen punt.
Het niet (tijdig) betekenen van het inleidend verzoekschrift is geen gebrek in het exploot zelf dat met een herstelexploot kan worden hersteld.
Vervolgens oordeelde het hof dat het de andere echtgenoot (de man) niet kon worden tegengeworpen dat hij in eerste aanleg in de procedure is verschenen en een beroep had gedaan op overschrijding van de termijn van veertien dagen van art. 816 lid 1 Rv Pro. Volgens het hof levert het niet in acht nemen van deze termijn strijd met de rechtszekerheid op en mag het er in dat kader niet toe doen of iemand al dan niet verschijnt in de procedure om een beroep te doen op meergenoemde termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk en het hof bekrachtigde deze beschikking. De Hoge Raad overwoog allereerst dat het betekeningsvoorschrift van art. 816 lid 1 Rv Pro blijkens de parlementaire geschiedenis is gegeven omdat de inschakeling van een deurwaarder, zeker wanneer de echtgenoten nog samenwonen, meer waarborgen biedt dat het stuk de andere echtgenoot tijdig bereikt [29] en dat het voorschrift het fundamentele belang van het beginsel van hoor en wederhoor beoogt te dienen.
Vervolgens oordeelde de Hoge Raad als volgt:
Nu tevens vaststaat dat de man op 8 januari 2020 een afschrift van het verzoekschrift aan de vrouw heeft doen betekenen (zie hiervoor onder 1.4), behoefde m.i. de sanctie op overschrijding van de termijn van veertien dagen niet te worden toegepast. [32]
M.i. gaan de in het verweerschrift genoemde argumenten dus niet op.
De bestreden beschikking dient derhalve te worden vernietigd.
Met betrekking tot het vervolg merk ik op dat de vrouw in eerste aanleg mogelijkerwijs niet in de procedure is verschenen omdat h.i. sprake was van niet-ontvankelijkheid van de man in zijn verzoek en het dus niet tot een inhoudelijke behandeling zou komen. [41] Nu ik meen dat het inleidend verzoek wel in behandeling had dienen te worden genomen, en uw Raad daarover voor het eerst uitspraak zal doen, lijkt het mij met het oog op de aard van de procedure, aangewezen dat de vrouw, indien het op dit punt tot cassatie komt, na verwijzing in de gelegenheid wordt gesteld desgewenst alsnog verweer te voeren. Verder meen ik dat de zaak zich leent voor verwijzing, in dit geval: terugwijzing, naar de rechtbank omdat nog geen enkele inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden. [42]