ECLI:NL:GHAMS:2021:864
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging curator voor verkoop woning onder curatele gestelde rechthebbende
De zaak betreft een verzoek van de curator tot machtiging voor verkoop en levering van de woning van een onder curatele gestelde vrouw, waarbij haar zoon bezwaar maakte en in hoger beroep ging tegen de verleende machtiging.
De moeder is sinds 2018 onder curatele gesteld vanwege haar geestelijke toestand en verblijft sinds januari 2019 in een verpleeghuis. De zoon woonde sinds 2015 met toestemming van zijn moeder in de woning en verzorgde haar. Na een kort geding werd hij veroordeeld de woning te ontruimen, wat door het hof werd bekrachtigd.
In hoger beroep stelde de zoon dat hij belanghebbende was en dat de verkoop van de woning zijn rechten en zijn recht op familie- en privéleven volgens artikel 8 EVRM Pro schond. Het hof oordeelde dat hij geen recht of titel had om in de woning te verblijven, geen huurovereenkomst kon aantonen en dat de curator de toestemming van zijn handelingsonbekwame moeder mocht intrekken.
De geestelijke toestand van de moeder en haar opname in een instelling maakten terugkeer naar de woning niet realistisch. De zoon kon ook niet aantonen dat hij bereid of in staat was de woning te kopen of de lasten te dragen. Zijn beroep op erfrecht en het VN-verdrag voor personen met een handicap faalde eveneens.
Het hof concludeerde dat de rechten en plichten van de zoon niet rechtstreeks werden geraakt door het verzoek tot verkoop, waardoor hij niet-ontvankelijk was in zijn hoger beroep. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd en partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: De zoon is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en de machtiging voor verkoop van de woning is bekrachtigd.