ECLI:NL:GHAMS:2021:865
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige bij gezaghebbende vader
Het geschil betreft een uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar gezaghebbende vader, nadat de moeder hiertegen in hoger beroep was gekomen. De moeder was het niet eens met de uithuisplaatsing en voerde aan dat de noodzaak niet was aangetoond en dat alternatieven mogelijk waren. De minderjarige woonde tot de uithuisplaatsing bij de moeder.
De raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam stelden dat de vader klaarstaat en dat het goed gaat met de minderjarige bij hem. De moeder weigerde medewerking aan hulpverlening en hield de situatie thuis afgeschermd. De minderjarige had contact met de vader gezocht en voelde zich daar veiliger.
Het hof oordeelde dat de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing waren vervuld, omdat er onvoldoende zicht was op de thuissituatie bij de moeder en er zorgen bestonden over haar functioneren en houding. De relatie tussen moeder en minderjarige was ernstig verstoord, mede door gedragingen van de moeder. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de vader.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige bij haar vader en wijst het beroep van de moeder af.