De zaak betreft een klacht van klager tegen een notaris over vermeende onzorgvuldigheid bij de totstandkoming van een verklaring van erfrecht en de daarbij behorende volmachtverlening. Klager stelde dat de notaris zonder zijn instemming aan zijn zussen een volmacht had verleend om de nalatenschap af te wikkelen, en dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen en kosten.
In hoger beroep heeft het hof de feiten overgenomen zoals vastgesteld door de kamer voor het notariaat. De notaris had namens één van de erfgenamen, de zus van klager, opdracht gekregen de verklaring van erfrecht op te maken. Tijdens het proces bleek dat klager de volmacht aan zijn zussen niet wilde verlenen, waarna de notaris de volmacht uit de verklaring verwijderde en klager de verklaring liet ondertekenen.
Het hof oordeelde dat de notaris haar informatieplicht niet had geschonden en dat de onduidelijkheid in de brief van 21 januari 2019 niet tuchtrechtelijk verwijtbaar was. Ook was de notaris niet verplicht klager vooraf te informeren over de kosten of een opdrachtbevestiging toe te zenden, omdat de opdracht van de zus kwam. Het hof bevestigde de beslissing van de kamer en verklaarde de klacht ongegrond.