ECLI:NL:GHAMS:2021:995
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning forfaitaire schadevergoeding na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Het gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek tot schadevergoeding van verzoeker naar aanleiding van een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Verzoeker vorderde vergoeding voor immateriële schade door verzekering, materiële schade wegens loonderving, tijdverzuim en kosten rechtsbijstand.
Het hof oordeelde dat verzoeker recht had op een forfaitaire vergoeding van € 315,00 voor de periode van verzekering, aangezien verzoeker slechts kort in verzekering was gesteld en daarna in vrijheid werd gesteld. De door verzoeker gestelde loonderving wegens drie dagen inverzekeringstelling werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs. Ook het verzoek tot vergoeding van loonderving tijdens de zittingen werd afgewezen omdat de factuur als zzp’er niet voldeed aan de bewijsvereisten.
Wel werd een vergoeding van € 550,00 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure. De totale vergoeding bedroeg daarmee € 865,00. Het hof wees het overige gevorderde af en beval de betaling aan verzoekers advocaat.
Uitkomst: Het hof kent een forfaitaire vergoeding van € 315,00 en € 550,00 voor rechtsbijstand toe en wijst overige schadevergoedingen af.