ECLI:NL:GHAMS:2021:996
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding voor kosten rechtsbijstand en verrekening met CJIB-schuld
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam waarin een vergoeding voor kosten rechtsbijstand deels was toegekend en verrekend met een openstaande schuld.
Het hof oordeelt dat de verschuldigde btw ook voor vergoeding in aanmerking komt en kent een vergoeding toe van € 550,55 voor rechtsbijstand in de strafzaak. Voor de verzoekschriftprocedure wordt een forfaitaire vergoeding van € 280,00 toegekend, maar het aanvullende bedrag van € 270,00 wordt afgewezen omdat het verzoek buiten aanwezigheid van de advocaat is afgedaan.
De rechtbank had verrekend met een openstaand bedrag bij het CJIB, hetgeen het hof bevestigt ondanks de betalingsregeling. De eerdere beschikking wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht door een vergoeding van € 830,55 toe te kennen en deze te verrekenen met het openstaande bedrag van € 904,00.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2021.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 830,55 toe en verrekent deze met een openstaand bedrag van € 904,00 bij het CJIB.