ECLI:NL:GHAMS:2022:1010
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader in verzoek tot voornaamswijziging kind wegens ontbreken instemming moeder
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de voornaam van een minderjarige, geboren in 2020, waarbij de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De rechtbank had het verzoek van de vader toegewezen, maar de moeder kwam in hoger beroep met het standpunt dat het verzoek niet gezamenlijk was ingediend en zij geen instemming had gegeven.
De moeder stelde dat de vader zonder haar medeweten en instemming het verzoek had ingediend, waarbij zelfs sprake was van misbruik van haar identiteitsgegevens. De vader had geen vervangende toestemming gevraagd zoals vereist volgens artikel 1:253a BW. De moeder woonde op een geheim adres uit angst voor de vader en betwistte dat er sprake was van verzoening of overleg over de naamswijziging.
Het hof overwoog dat de vader niet had weersproken dat het verzoek niet eenstemmig was en dat er bezwaren van de moeder waren. Zonder vervangende toestemming was de vader niet bevoegd om alleen op te treden namens het kind. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Het verzoek om een latere vermelding op de geboorteakte werd afgewezen omdat daar geen belang bij was.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot voornaamswijziging van het kind wegens ontbreken van instemming van de moeder.