Klagers deden aangifte tegen beklaagde wegens onder meer valsheid in geschrift, smaad, laster en deelname aan een criminele organisatie. Het hof heeft de stukken bestudeerd en vastgesteld dat beklaagde op verschillende momenten heeft bekend een lastercampagne tegen klagers te hebben opgezet.
Het hof beoordeelde of de strafrechter tot een veroordeling kan komen en of er voldoende belang is bij vervolging. Gezien de bekentenissen en de aard van de feiten acht het hof vervolging opportuun vanwege het ernstige karakter van de lastercampagne en het belang van klagers.
De raadkamer heeft beklaagde gehoord, hoewel hij niet persoonlijk verscheen, en de advocaat-generaal was aanwezig. Het hof concludeert dat het bewijs voldoende is om de zaak aan de strafrechter voor te leggen en beveelt de officier van justitie tot vervolging.
Deze beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel open voor betrokkenen.