Op 21 april 2021 vond een winkeldiefstal plaats bij een winkel te Amsterdam waarbij verdachte werd aangehouden. De politie identificeerde verdachte op basis van een foto uit het systeem, maar nam geen vingerafdrukken of gelaatsfoto's van de aangehouden persoon. De verdediging voerde aan dat de aangehouden persoon niet de verdachte was en dat de politie de identiteit onvoldoende had vastgesteld.
In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en oordeelde dat de herkenning van de politie onvoldoende was om met de vereiste mate van zekerheid vast te stellen dat verdachte de dader was. De camerabeelden boden geen duidelijke herkenning en het verweer van de verdediging was gemotiveerd.
Het hof sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, nu de tenlastelegging niet bewezen was.
De raadsman had ook betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens vormverzuim, maar dit werd door het hof verworpen omdat de tekortkomingen niet leidden tot een schending van het recht op een eerlijk proces.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 april 2022.