Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
25 maart 2022.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 25 maart 2022 uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de politierechter. Het hoger beroep was aangevangen op 7 januari 2022, maar verdachte heeft bij akte van 17 maart 2022 en een e-mail van 18 maart 2022 laten weten het hoger beroep niet te willen handhaven en verzocht toepassing van artikel 416, tweede lid, Sv.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat, nu verdachte het hoger beroep heeft ingetrokken en er geen ander rechtens te respecteren belang is gebleken, verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Er is geen inhoudelijke behandeling van de zaak geweest.
De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters Quaedvlieg, van der Wijngaart en Dubelaar. De griffier was aanwezig, maar niet alle rechters hebben het arrest medeondertekend.
De uitspraak betekent dat het hoger beroep van verdachte geen vervolg krijgt en het vonnis van de politierechter daarmee in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.