ECLI:NL:GHAMS:2022:1155
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging omgangsregeling na onrechtmatige buitenlandse verhuizing pleegmoeder
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een zesjarig kind en haar vader centraal. De pleegmoeder, tevens oma, is met het kind zonder toestemming van de gecertificeerde instelling (GI) naar het buitenland vertrokken, wat leidde tot het niet kunnen plaatsvinden van omgang tussen vader en kind. De GI had eerder een neutraal pleeggezin als verblijfplaats voor het kind toegewezen, welke beslissing door het hof was bekrachtigd.
De pleegmoeder en de moeder verzochten om een andere omgangsregeling dan die door de rechtbank was vastgesteld, waarbij de omgang eenmaal per maand onder begeleiding zou plaatsvinden. De GI en de vader handhaafden hun standpunt dat de bestaande regeling passend is en bekrachtigd moet worden. De raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens de beschikking te bekrachtigen vanwege de zorgelijke situatie rondom het onrechtmatige vertrek naar het buitenland.
Het hof oordeelde dat het belang van het kind centraal staat en dat omgang met de vader gewenst is. De handelwijze van de pleegmoeder, die zonder overleg vertrok, wordt ernstig veroordeeld. De omgangsregeling van eenmaal per maand onder begeleiding wordt bekrachtigd met de mogelijkheid voor de GI om de omgang uit te breiden. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestaande omgangsregeling en wijst het verzoek tot wijziging af na onrechtmatige buitenlandse verhuizing pleegmoeder.