ECLI:NL:GHAMS:2022:1159
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging vader over minderjarige in belang van stabiliteit pleeggezin
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het gezag over zijn minderjarige kind beëindigt en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemt. Het geschil betreft de vraag of de vader voldoende in staat is om de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen binnen een aanvaardbare termijn.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds 2018 bij de pleegouders woont, de ouders een belast verleden hebben en dat er conflicten en zorgmeldingen zijn geweest. De vader is betrokken bij het kind maar beschikt niet over zelfstandige woonruimte en kan niet zelfstandig een veilige opvoedomgeving bieden. De raad en de gecertificeerde instelling benadrukken de noodzaak van stabiliteit en het onvermogen van de vader om de opvoedverantwoordelijkheid te dragen.
Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige bij een stabiele opvoedsituatie in het pleeggezin zwaarder weegt dan het belang van de vader om gezagsbeslissingen te nemen. De gezagsbeëindiging is passend en proportioneel, en de vader behoudt een belangrijke rol in het leven van het kind. Het verzoek tot schorsing van de beschikking wordt afgewezen omdat het belang daarvan is komen te vervallen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de gezagsbeëindiging van de vader en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd, vanwege het belang van stabiliteit voor de minderjarige.