ECLI:NL:GHAMS:2022:1188

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 april 2022
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
23-001840-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland, waarin de verdachte was veroordeeld voor het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk. De verdachte had dit vuurwerk gedurende enkele maanden opgeslagen op de zolder van zijn woning in een woonwijk, wat een groot risico op ongelukken met zich meebracht.

De economische politierechter legde in eerste aanleg een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De verdachte voerde aan dat hij zich het risico niet realiseerde, spijt had, inmiddels een stabieler leven leidde en ADHD onder controle had met medicatie.

Het hof bevestigde het bewezenverklaarde feit en de ernst daarvan, maar achtte gelet op de persoonlijke omstandigheden en de proceshouding van de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur passend. Het vonnis werd op dit punt vernietigd en opnieuw recht gedaan. Voor het overige werd het vonnis bevestigd.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001840-21
Datum uitspraak: 1 april 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 juni 2021 in de strafzaak onder parketnummer 81-102919-21 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 april 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de motivering daarvan. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straffen

De economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan
6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Door en namens de verdachte is het hof verzocht hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hiertoe is aangevoerd, dat de verdachte zich niet heeft gerealiseerd welk risico hij heeft genomen en dat hij veel spijt heeft van zijn handelen. Hij heeft inmiddels een eigen huurwoning en werkt, met succes, als zelfstandige. De verdachte is ADHD patiënt, maar heeft zijn daaruit voortkomende neiging tot impulsiviteit onder controle met medicijnen. Hij is nu op de goede weg, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal al hetgeen moeizaam is opgebouwd tenietdoen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk gekocht en heeft deze gedurende enkele maanden op de zolder van zijn woning opgeslagen. Ieder particulier gebruik van dergelijk zwaar knalvuurwerk is verboden. Door deze grote partij midden in een woonwijk op te slaan, heeft de verdachte een groot risico op (persoonlijke) ongelukken voor lief genomen. Het hof rekent de verdachte zeer aan dat hij niet heeft stilgestaan bij dit risico.
Hoewel de ernst en de aard van het bewezenverklaarde feit een straf zoals opgelegd in eerste aanleg in dit geval zeker kan rechtvaardigen, heeft het hof in hetgeen is aangevoerd over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en in zijn proceshouding aanleiding gezien hem een andere straf op te leggen dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. N.A. Schimmel en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 april 2022.