Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2022:1298

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 april 2022
Publicatiedatum
29 april 2022
Zaaknummer
200.254.527/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bepaling vergoeding onderzoekers in enquêterechtonderzoek faillissement Estro Groep B.V.

De Ondernemingskamer heeft in deze zaak een beschikking gegeven over de vergoeding van de onderzoekers die een onderzoek verrichtten naar het beleid en de gang van zaken van Catalpa N.V., de rechtsvoorganger van Estro Groep B.V., in het kader van een enquêterechtprocedure.

Het onderzoek besloeg de periode van 1 januari 2009 tot 9 december 2010 en werd uitgevoerd door mr. H.M. de Mol van Otterloo en M. Bijkerk. De onderzoekers hebben hun urenverantwoording met specificaties ingediend, waaruit blijkt dat zij respectievelijk 402,75 en 397,40 uren hebben besteed tegen een uurtarief van €275 exclusief btw, wat resulteert in een totaalbedrag van €220.044,50 exclusief btw.

Er was discussie over de toelichting op het niet overnemen van commentaar van belanghebbenden op conceptverslagen. De onderzoekers hebben deze toelichting uiteindelijk aan de advocaten van de belanghebbenden verstrekt, waarna de Ondernemingskamer oordeelde dat aan deze verplichting was voldaan.

De Ondernemingskamer acht het bedrag aan onderzoekskosten niet onredelijk en bepaalt de vergoeding van de onderzoekers overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro op €220.044,50 exclusief omzetbelasting. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De vergoeding van de onderzoekers wordt vastgesteld op €220.044,50 exclusief omzetbelasting.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.254.527/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 april 2022
inzake
Wouter Johan Pieter JONGEPIER,
domicilie kiezende te Amsterdam,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ESTRO GROEP B.V.,
voorheen gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKER,
advocaten:
mr. S.W. van den Bergen
mr. J.J. van Hees, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ESTRO GROEP B.V., verkerende in staat van faillissement,
voorheen gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n

1.[A] ,

wonende te [....] ,
2.
[B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. K. Ruttenen
mr. M. Mussche, beiden kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n

3.[C] ,

BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. H.A. de Savornin Lohman, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

4.[D] ,

BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. D.K. Baas, kantoorhoudende te Arnhem,
e n t e g e n

5.[E] ,

BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. J.E.P.A. van Hooff, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

6.[F] ,

7.
[G],
8.
[H],
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. R.D. Vriesendorpen
mr. T.L. Ticheloven, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

9.[I] ,

BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. T.S. Jansen, kantoorhoudende te Amsterdam.
1.
Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verweerster met Estro Groep;
  • belanghebbenden 1 tot en met 5 gezamenlijk met [A] c.s.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 10 december 2019, 2 januari 2020, 6 maart 2020 en 4 maart 2022 in deze zaak.
1.3
Bij de beschikkingen van 10 december 2019 en 2 januari 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Catalpa N.V., de rechtsvoorganger van Estro Groep, over de periode vanaf 1 januari 2009 tot 9 december 2010 en mrs. H.M. de Mol van Otterloo en M. Bijkerk (hierna: de onderzoekers) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
1.4
Bij de beschikking van 6 maart 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 225.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.5
Op 1 maart 2022 hebben de onderzoekers het verslag met bijlagen I tot en met VI van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.6
Bij de beschikking van 4 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag tezamen met de bijlagen I en II aldaar ter inzage liggen voor een ieder en dat de overige bijlagen aldaar ter inzage liggen voor belanghebbenden.
1.7
Mr. De Mol van Otterloo heeft bij e-mail van 28 maart 2022, mede namens mr. Bijkerk, verantwoordingen van de door hen aan het onderzoek bestede uren met specificaties aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Daaruit blijkt dat zij in totaal 402,75 respectievelijk 397,40 uren aan het onderzoek hebben besteed. Beiden hebben zij een uurtarief van € 275 exclusief btw gehanteerd. De totale door de onderzoekers in verband met het onderzoek gemaakte kosten komen uit op een bedrag van € 220.044,50 exclusief btw.
1.8
De Ondernemingskamer heeft, na gelegenheid tot uitlating op de in 1.7 genoemde urenverantwoordingen met specificaties te hebben geboden, op 6 april 2022 een e-mail ontvangen van mr. Mussche. Deze bevat een standpunt van [A] c.s. en is mede ingediend namens mr. Rutten, mr. Baas, mr. Van Hooff, mr. L. Carrière-Verlinden, advocaat te Arnhem en kantoorgenoot van mr. Baas. Volgens [A] c.s. hebben de onderzoekers aan hen toegezegd toe te lichten waarom door [A] c.s. geleverd commentaar op de conceptonderzoeksverslagen uiteindelijk niet door de onderzoekers in aanmerking is genomen, maar zijn de onderzoekers – ondanks herhaalde verzoeken van [A] c.s. – deze toezegging nooit nagekomen. [A] c.s. menen dat de vergoeding van de onderzoekers pas kan worden vastgesteld conform de door hen ingediende urenverantwoordingen, als ook het geven van de toegezegde toelichting daarvan deel uitmaakt.
1.9
Mr. Bijkerk heeft bij e-mail van 8 april 2022, mede namens mr. De Mol van Otterloo, aan de Ondernemingskamer gemeld dat zij inmiddels aan mr. Mussche een toelichting heeft gezonden waarin de redenen zijn opgenomen waarom zij een deel van het commentaar van het kantoor van mr. Mussche op de eerste twee concepten van het onderzoeksverslag niet hebben overgenomen.
1.1
Op 26 april 2022 heeft mr. Bijkerk de secretaris van de Ondernemingskamer gemeld dat het gezamenlijke commentaar van [A] c.s. op de conceptonderzoeksverslagen telkens afkomstig was van mr. Mussche of mr. Rutte en dat via hen de communicatie tussen de onderzoekers en [A] c.s. verliep. Hierdoor zijn de onderzoekers ervan uitgegaan dat door toezending van de in 1.9 genoemde toelichting aan mr. Mussche, [A] c.s. allen de voor hen bestemde toelichting hebben ontvangen, aldus mr. Bijkerk.

2.De gronden van de beslissing

De onderzoekers hebben, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.7 genoemde stukken. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd, anders dan dat volgens [A] c.s. de onderzoekers het geven van de in 1.8 bedoelde toegezegde toelichting nog dienen te geven. Hieraan hebben de onderzoekers voor het vaststellen van hun vergoeding in voldoende mate voldaan blijkens de in 1.9 en 1.10 genoemde berichten van mr. Bijkerk. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro dan ook bepalen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoekers op € 220.044,50, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. C. Smits-Nusteling RC, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2022.