Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Feit 2 primair en subsidiair – art. 344 onder Pro 1 Sr (oud)
[BV 2] - opheffen [BV 2]
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep is de verdachte vervolgd wegens het onttrekken van goederen aan de boedel van [BV 1] B.V. in het vooruitzicht van het faillissement, strafbaar gesteld onder artikel 344 (oud) Sr. Het openbaar ministerie stelde dat verdachte en medeverdachte een plan hadden om de vennootschap leeg te trekken en failliet te laten gaan, waarbij leningen als dekmantel dienden voor onttrekkingen.
De verdediging voerde vrijspraak aan omdat de rechtbank al vrijspraak had gegeven voor het onderdeel betreffende valse leningsovereenkomsten en er geen bewijs was dat sprake was van onttrekkingen met opzet op faillissement. Het hof onderzocht het plan dat als bewijs werd aangedragen en concludeerde dat daarin geen sprake was van opzet op faillissement of benadeling van schuldeisers.
Het plan sprak over het 'opheffen' en 'dealen' met de Belastingdienst, wat het hof begreep als liquidatie en het voldoen aan wettelijke verplichtingen, niet als faillissement. Er was ook geen bewijs dat het faillissement met redelijke waarschijnlijkheid zou volgen ten tijde van de betalingen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van het tenlastegelegde feit van ter bedrieglijke verkorting onttrekking aan de boedel van de failliete vennootschap.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ter bedrieglijke verkorting onttrekking aan de failliete boedel.