ECLI:NL:GHAMS:2022:1352
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Tussenbeschikking over gelijktijdig bestaan van toevoeging en verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand
De zaak betreft een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van kosten gemaakt voor rechtsbijstand in een strafzaak. De verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend voor een bedrag van €2.915,80. De advocaat-generaal heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt en het hof heeft kennisgenomen van de stukken.
Tijdens de behandeling bleek dat er een niet ingetrokken toevoeging bij de Raad voor Rechtsbijstand bestaat, terwijl er tegelijkertijd een verzoek tot vergoeding van kosten is ingediend namens de verzoeker. De voormalig raadsman heeft aangegeven geen bemoeienis te hebben met het verzoek en dat de aanspraak op vergoeding mogelijk is gecedeerd aan een verzekeraar. De verzekeraar heeft bevestigd dat het verzoek door de verzoeker zelf is ingediend.
Het hof constateerde dat het onderzoek niet volledig was vanwege deze onduidelijkheid en besloot het onderzoek te heropenen en meteen te schorsen voor onbepaalde tijd. De verzoeker wordt opgeroepen om opheldering te geven over de betaling van de kosten en de niet ingetrokken toevoeging. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 3 mei 2022.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst voor onbepaalde tijd vanwege onduidelijkheid over de niet ingetrokken toevoeging en het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand.