ECLI:NL:GHAMS:2022:14

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 januari 2022
Publicatiedatum
5 januari 2022
Zaaknummer
23-002346-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven en machtiging raadsman

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte. De zaak begon met een pro forma behandeling op 5 oktober 2021 waarbij de raadsman van verdachte nog gemachtigd was. Tijdens de zitting van 22 december 2021 verscheen verdachte niet en bleek de raadsman niet langer gemachtigd. Tevens waren geen schriftelijke grieven ingediend namens verdachte.

Het hof concludeerde dat er geen rechtens te respecteren belang was bij verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee rechters niet in staat waren het arrest te ondertekenen. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting op 22 december 2021.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van grieven en machtiging raadsman.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002346-21
datum uitspraak: 22 december 2021
TEGENSPRAAK (na aanhouding raadsman niet meer gemachtigd)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 augustus 2021 in de strafzaak onder de parketnummers 15-208450-21, 13-012333-19 (TUL), 13-127479-20 (TUL) en 13-292633-20 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 december 2021.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De strafzaak tegen de verdachte is op 5 oktober 2021 aangevangen met een pro forma behandeling. Die dag is de raadsman van de verdachte verschenen. De raadsman was op dat moment gemachtigd om de verdachte te verdedigen. Tijdens die zitting zijn geen mondelinge bezwaren tegen het vonnis opgegeven. De behandeling van de zaak is vervolgens bepaald aangehouden tot de zitting van 22 december 2021.
Op de zitting van 22 december 2021 is de verdachte wederom niet verschenen. De verschenen raadsman bleek niet langer gemachtigd te zijn.
Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de verdachte niet ontvangen dient te worden in het door hem ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. V. Mul en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 december 2021.
Mr. Mul en mr. Kuiper zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.