ECLI:NL:GHAMS:2022:14
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven en machtiging raadsman
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de strafzaak tegen verdachte. De zaak begon met een pro forma behandeling op 5 oktober 2021 waarbij de raadsman van verdachte nog gemachtigd was. Tijdens de zitting van 22 december 2021 verscheen verdachte niet en bleek de raadsman niet langer gemachtigd. Tevens waren geen schriftelijke grieven ingediend namens verdachte.
Het hof concludeerde dat er geen rechtens te respecteren belang was bij verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De beslissing werd genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij twee rechters niet in staat waren het arrest te ondertekenen. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting op 22 december 2021.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van grieven en machtiging raadsman.