ECLI:NL:GHAMS:2022:1401
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkheid en exoneratie bij gebrek aan betonvloer in gehuurde bedrijfsruimte
In deze zaak gaat het om een geschil tussen huurder [X] Vastgoed B.V. en verhuurder Gazeley Netherlands Coöperatief U.A. over een gebrek aan de betonvloer van een gehuurde bedrijfsruimte. [X] vordert onder meer herstel van het gebrek, schadevergoeding en huurprijsvermindering. De kantonrechter stelde vast dat er sprake is van een gebrek, maar wees de aansprakelijkheid en huurprijsvermindering af vanwege exoneratiebedingen in de huurovereenkomst.
In hoger beroep betoogt [X] dat Gazeley of haar rechtsvoorganger bij het aangaan van de huurovereenkomst bekend had moeten zijn met het gebrek, en dat de allonge de exoneratiebedingen terzijde schuift. Het hof oordeelt dat Gazeley terecht een beroep doet op de exoneratiebedingen, omdat het gebrek pas na het aangaan van de overeenkomst bekend werd en de allonge geen uitdrukkelijke afwijking van deze bedingen bevat.
Verder wijst het hof het beroep van [X] op artikel 6:174 BW Pro af, omdat het gevaar niet voortvloeit uit de opstal zelf maar uit de combinatie met de bedrijfsvoering. Ook het standpunt dat herstel alleen kan plaatsvinden tegen vergoeding van schade faalt. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [X] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat verhuurder Gazeley niet aansprakelijk is vanwege exoneratiebedingen en wijst de meeste vorderingen van [X] af.