ECLI:NL:GHAMS:2022:1436
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenuitspraak
- J-P.R. van den Berg
- M.J. Leijdekker
- W.M.C. Schipper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in hoger beroep medepleegboete Belastingdienst
In deze bestuursrechtelijke zaak behandelt het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland inzake een medepleegboete opgelegd door de Belastingdienst. De inspecteur heeft een beroep gedaan op geheimhouding van bepaalde processtukken op grond van artikel 8:29 Awb Pro, waarbij passages onleesbaar zijn gemaakt vanwege interne beraadslagingen, privacy en strategische overwegingen.
Belanghebbende betwist het beroep op geheimhouding en beroept zich op artikel 5:49 Awb Pro, dat inzage in gegevens waarop een bestuurlijke boete berust garandeert, en op artikel 6 EVRM Pro. De geheimhoudingskamer van het Hof weegt het belang van onbelemmerde interne beraadslaging en bescherming van privacy af tegen het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming van de stukken.
De kamer oordeelt dat sommige passages en documenten terecht geheim worden gehouden, zoals interne adviezen over procesrisico’s en privacygevoelige gegevens van derden, terwijl andere stukken, waaronder bepaalde memo’s en e-mails, alsnog volledig leesbaar moeten worden verstrekt. De inspecteur wordt verzocht de niet-geheim te houden stukken alsnog aan belanghebbende te verstrekken binnen een week na dagtekening van de uitspraak.
De uitspraak is een tussenuitspraak die het procesdossier regelt voor de verdere behandeling van de hoofdzaak en benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging tussen transparantie en bescherming van interne besluitvorming en privacy.
Uitkomst: Het beroep op geheimhouding door de inspecteur wordt deels toegewezen en deels afgewezen, met de verplichting tot verstrekking van niet-geheim te houden stukken aan belanghebbende.