In deze civiele zaak draaide het om de uitleg van een zogenaamde sideletter bij de koop van een motorschip voor € 15.000 exclusief BTW. De verkoper (appellante) en koper (geïntimeerde) hadden afspraken gemaakt over de levering van het schip casco, inclusief verwijdering van tanks en andere onderdelen, en over transport en het eigendom van vrijkomend schroot.
De verkoper vorderde betaling van kosten voor transport en reparaties, maar de koper betwistte deze vorderingen. De kantonrechter wees de vorderingen af, onder meer omdat de kantonrechter oordeelde dat het overeengekomen transport alleen betrekking had op vervoer naar de werf in plaats van naar de eindbestemming, en dat de koper het teveel betaalde bedrag voor het verwijderen van een brandstoftank mocht verrekenen met transportkosten.
Het hof bevestigde deze uitleg van de sideletter en verwierp de grieven van de verkoper. Het hof oordeelde dat de koper het factuurbedrag onder protest had betaald om levering af te dwingen, dat er geen rechtsverwerking was, en dat de koper dus mocht verrekenen. Verder stelde het hof dat het vrijkomende schroot alleen betrekking had op het leeghalen van het schip en niet op het inkorten door een derde partij. Ook was er geen aansprakelijkheid van de koper voor het kapotmaken van de boegjet door de werf. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de verkoper in de kosten van het hoger beroep.