ECLI:NL:GHAMS:2022:1488
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen verlenging uithuisplaatsing minderjarige wegens onvoldoende onderzoek perspectief terugplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, die sinds november 2020 in een pleeggezin verblijft. De moeder heeft een psychiatrische achtergrond en verslavingsproblematiek, maar toont recente stabilisatie en motivatie tot zorg.
De gecertificeerde instelling (GI) en Raad voor de Kinderbescherming betogen dat de veiligheid van het kind bij de moeder nog onvoldoende is gewaarborgd en dat terugplaatsing op dit moment niet verantwoord is. De GI heeft een perspectiefbesluit genomen om niet meer aan terugplaatsing te werken, zonder nader onderzoek.
Het hof stelt vast dat het onderzoek naar het perspectief van terugplaatsing ontoereikend is. Gezien de jonge leeftijd van het kind en de recente positieve ontwikkelingen bij de moeder, is nader onderzoek noodzakelijk. Het hof geeft opdracht tot een boogonderzoek of vergelijkbaar onderzoek, inclusief betrokkenheid van het familie- en netwerkperspectief in het buitenland.
De beslissing over het hoger beroep wordt aangehouden tot na het onderzoek, met een voortzetting gepland eind oktober/begin november 2022. De GI wordt verzocht de onderzoeksresultaten tijdig te rapporteren aan het hof en belanghebbenden.
Uitkomst: Beslissing over verlenging uithuisplaatsing wordt aangehouden en opdracht gegeven tot nader boogonderzoek.