Uitspraak
1.Het geding
De heer Van Zaane blijft maar bezig. Hierbij wraak ik hem (nogmaals). Het is m.i. ongewenst dat deze man de zaak doet terwijl hij tegelijkertijd (kandidaat)-notaris is. Zie o.m. het notarisregister en zijn LinkedIn pagina.”.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In een civiele hogerberoepsprocedure tegen Stichting [X] heeft verzoeker op 12 januari 2022 een tweede wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer-plaatsvervanger J.W. van Zaane. Verzoeker stelde dat Van Zaane de zaak onrechtmatig behandelt terwijl hij tevens (kandidaat-)notaris is, wat volgens verzoeker onverenigbaar is met zijn functie als raadsheer.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker reeds bij het eerste wrakingsverzoek op 18 juni 2021 op de hoogte was van het feit dat Van Zaane notaris is. Het tweede verzoek bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die na het eerste verzoek bekend werden. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 37 lid 4 Rv Pro.
Daarnaast kwalificeerde de wrakingskamer het tweede verzoek als misbruik van procesrecht en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling zal worden genomen. Het verzoek tot wraking is derhalve afgewezen en de procedure tegen Stichting [X] kan zonder verdere vertraging worden voortgezet.
Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek tegen raadsheer Van Zaane wordt niet in behandeling genomen wegens gebrek aan nieuwe feiten en misbruik van procesrecht.