ECLI:NL:GHAMS:2022:1526
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na vernietiging en verwijzing door Hoge Raad
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep in een civiele zaak betreffende partneralimentatie na vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad. Partijen, de man en de vrouw, hebben zich schriftelijk uitgelaten over inkomensgegevens en de actuele stand van zaken in een procedure bij de rechtbank Den Haag.
Het hof heeft de draagkracht van de man over 2018 en 2019 opnieuw beoordeeld, waarbij onder meer een sign-on bonus en variabele beloningen als looncomponenten zijn meegenomen. De bijtelling van de auto is in mindering gebracht op het bruto jaarinkomen. De partneralimentatie is berekend op basis van deze aangepaste draagkracht, met bedragen van €5.423,- per maand vanaf 5 februari 2018, €3.544,- vanaf 1 juli 2018 en €659,- vanaf 1 januari 2019.
Het hof heeft het verzoek van de man tot herstel van een eerdere beschikking afgewezen en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot vergoeding voor de inboedel. Tevens zijn verzoeken betreffende kinderalimentatie afgewezen. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de alimentatie vanaf 1 juni 2019, waardoor het hof daarover niet meer hoefde te beslissen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie opnieuw vast met aangepaste bedragen en wijst overige verzoeken af.