Op 18 september 2021 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van meerdere laptops uit een pand te Amsterdam door middel van inklimming. Camerabeelden tonen verdachte die het pand in- en uitklimt met goederen, en verbalisanten herkenden hem op deze beelden. Op de plaats van de inklimming werd een telefoon gevonden met DNA-materiaal dat overeenkomt met dat van verdachte, die erkende dat de telefoon van hem was.
De verdachte voerde een alternatief scenario aan dat hij zijn telefoon had verloren of was beroofd, maar dit werd door het hof als onaannemelijk verworpen. Het hof achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal heeft gepleegd. De eerdere veroordeling van de politierechter wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en het hof komt tot een eigen oordeel.
De verdachte is eerder onherroepelijk veroordeeld voor vermogensdelicten, wat meeweegt in de strafoplegging. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden legt het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken op, gelijk aan de straf in eerste aanleg.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar het hof verklaart deze vordering niet-ontvankelijk omdat niet is vastgesteld dat de benadeelde partij gerechtigd is de schade namens de eigenaar van de laptops te claimen. De benadeelde partij wordt verwezen naar de burgerlijke rechter.
Daarnaast wordt de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen gelast vanwege het plegen van een nieuw strafbaar feit binnen de proeftijd.