ECLI:NL:GHAMS:2022:1536

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2022
Publicatiedatum
24 mei 2022
Zaaknummer
23-004726-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis brandstichting GGZ Ingeest met aanvulling bewijsmiddelen

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 13 mei 2022 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2019 bevestigd in de strafzaak tegen de verdachte geboren in 1973. Het hoger beroep betrof een zaak van brandstichting in een appartement van GGZ Ingeest op 22 juli 2019.

Het hof voegde een nieuw bewijsmiddel toe, namelijk een proces-verbaal van 5 januari 2021 waarin een getuige verklaarde dat de brand evident was aangestoken en dat de verdachte buiten stond te gniffelen en de woorden 'burn motherfuckers, burn' uitsprak. De rechtbank had reeds een TBS-maatregel opgelegd, welke het hof eveneens bevestigde op basis van Pro Justitia rapportages van een klinisch psycholoog en een psychiater.

De gevangenneming van de verdachte, gevorderd door de advocaat-generaal, werd door het hof afgewezen omdat daartoe geen gronden aanwezig waren. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en wijst de gevangenneming van de verdachte af.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004726-19
datum uitspraak: 13 mei 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-178277-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1973,
adres: [adres 1]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 april 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zal aanvullen zoals hierna weergeven.
In hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht over de oplegging van de TBS-maatregel ziet het hof geen aanleiding anders te beslissen dan de rechtbank. Het hof heeft hierbij gelet op de Pro Justitia rapportages van drs. [naam 1] , klinisch psycholoog, van 17 september 2021 en van [naam 2] , psychiater, van 13 september 2021. Beiden handhaven hun eerder in deze strafzaak verstrekte advies tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege; naar de mening van de psycholoog omdat deze maatregel het meest passende juridische kader is om recidive te voorkomen en naar de mening van de psychiater omdat dit kader de enige mogelijkheid biedt de betrokkene (lees: de verdachte) meerdere jaren te behandelen in een voldoende beveiligde setting met aandacht voor management van het recidiverisico. Het hof heeft zich deze adviezen eigen gemaakt en als de zijne overgenomen.
De advocaat-generaal heeft de gevangenneming van de verdachte gevorderd. Het hof ziet geen termen voor toewijzing van deze vordering. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
Bewijsmiddelen
Het hof voegt het hierna weergegeven bewijsmiddel toe aan de door de rechtbank in de aanvulling op het vonnis opgenomen bewijsmiddelen:
6. Een proces-verbaal van 5 januari 2021, opgemaakt door mr. G.M. Boekhoudt, raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof.
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 5 januari 2021 tegenover de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van
[getuige] :
U houdt mij voor dat het vandaag gaat over brand in een appartement van GGZ Ingeest aan de [adres 2] op 22 juli 2019. Ik was toen aan het werk op de gesloten afdeling waar de heer [verdachte] eerst ook zat. De brand was in zijn appartement. De heer [verdachte] stond buiten op de galerij. Ik ben gelijk naar binnen gegaan. Rechts in de woonkamer stond zijn bed. Er waren twee brandplaatsen op het bed. Eén op het voeteneinde en één op het hoofdeinde. Ik zag krantenpapier en karton op het voeteneinde en het hoofdeinde van het bed. Het papier en karton waren aan het branden en smeulen. Er was vrij veel rookontwikkeling. Ik vond de rookontwikkeling zo ernstig dat ik vond dat ik mij moest terugtrekken. Ik heb de heer [verdachte] , die naar beneden was gegaan, buiten bewaakt.
Het papier en karton was een mengelmoes. Het was evident dat het was aangestoken. Het was geen toevallige brand. Dat leid ik af uit het feit dat de heer [verdachte] buiten bij de ambulance stond te gniffelen en zei: burn motherfuckers, burn. Het was zijn appartement, hij had alleen de sleutel.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M.P. Geelhoed, mr. A.P.M. van Rijn en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. D. Damman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 mei 2022.