ECLI:NL:GHAMS:2022:1542
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging echtscheiding ondanks lopende procedure in India en weigering aanhouding zaak
Partijen zijn in 2011 in India gehuwd en hebben een minderjarig kind. De vrouw heeft in Nederland een echtscheidingsverzoek ingediend, terwijl de man in India een procedure was gestart die nog niet is afgerond.
De man betoogde dat de Nederlandse rechter onbevoegd is vanwege litispendentie en verzocht om aanhouding van de Nederlandse procedure totdat de Indiase rechter een onherroepelijke beslissing neemt. Het hof oordeelde dat de vrouw rechtmatig haar gewone verblijfplaats in Nederland had en dat de Nederlandse rechter bevoegd is.
De rechtbank had zonder mondelinge behandeling beslist, maar het hof stelde dat de man in hoger beroep alsnog zijn standpunten kon toelichten, waarmee voldaan is aan artikel 6 EVRM Pro.
De procedure in India loopt al zeven jaar zonder zicht op een spoedige uitspraak, waardoor het belang van de vrouw bij voortzetting van de Nederlandse procedure zwaarder weegt dan het belang van de man bij aanhouding.
Het hof verklaarde de vrouw ontvankelijk ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, omdat het redelijkerwijs niet mogelijk was dit plan te overleggen gezien de situatie. De echtscheiding werd bevestigd en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding en wijst het verzoek van de man tot onbevoegdheid en aanhouding af.