ECLI:NL:HR:2009:BH9287
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens samenwoning met nieuwe partner volgens art. 1:160 BW
In deze zaak verzocht de man de rechtbank om zijn alimentatieverplichting jegens de vrouw te beëindigen op grond van artikel 1:160 BW Pro, omdat de vrouw samenwoonde met een nieuwe partner alsof zij gehuwd waren. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof vernietigde deze beslissing en beëindigde de onderhoudsverplichting met ingang van 1 maart 2007. De vrouw voerde in hoger beroep geen verweer en verscheen niet bij de mondelinge behandeling.
De Hoge Raad oordeelde dat de vrouw rechtsgeldig was opgeroepen via haar procureur, ondanks dat deze zich later uit de zaak terugtrok. Het hof had terecht aangenomen dat de vrouw en haar nieuwe partner een duurzame affectieve relatie hadden en een gezamenlijke huishouding voerden met wederzijdse verzorging, wat de beëindiging van de alimentatie rechtvaardigde.
De klachten van de vrouw over de oproeping en de feitelijke vaststellingen van het hof faalden. De Hoge Raad bevestigde dat de alimentatieplicht eindigt zodra de ex-partner met een ander samenwoont als waren zij gehuwd, ongeacht de bijdrage van die nieuwe partner aan de verzorging van eventuele kinderen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de partneralimentatie eindigt wegens samenwoning met een nieuwe partner per 1 maart 2007.