ECLI:NL:GHAMS:2022:1781

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 juni 2022
Publicatiedatum
17 juni 2022
Zaaknummer
23-001691-19
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1, vierde lid, onderdeel d Visserijwet 1963Art. 395a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen vissen zonder visrecht in hoger beroep

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de economische politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan vissen zonder visrecht op een water aan de Haling te Enkhuizen.

De verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij samen met anderen zonder visrecht had gevist, en subsidiair dat hij medeplichtig was als chauffeur bij het vissen van een ander. Het openbaar ministerie had een geldboete en hechtenis gevorderd.

Na onderzoek van het dossier en de behandeling ter terechtzitting heeft het hof geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlasteleggingen. Daarom is verdachte vrijgesproken.

Het vonnis van de rechtbank is vernietigd en het hof heeft opnieuw recht gedaan door verdachte vrij te verklaren van de tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan vissen zonder visrecht wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001691-19
datum uitspraak: 14 juni 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 april 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-994525-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1996,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
31 mei 2022.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Primair:
hij op of omstreeks 27 maart 2017, te Enkhuizen, in elk geval in Nederland , in een water gelegen aan en/of langs de Haling, zijnde een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d Visserijwet 1963, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, al dan niet opzettelijk, heeft gevist (niet betreffende het uitzetten van vis), terwijl een ander (te weten, [naam 1] en/of de Noord-Hollandse bond van beroepsbinnenvissers en/of [stichting 1] en/of de [stichting 2]) rechthebbende was op het visrecht van dat water;
subsidiair:
[naam 2], op of omstreeks 27 maart 2017, te Enkhuizen, in elk geval in Nederland, in een water gelegen aan en/of langs de Haling, zijnde een water als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d Visserijwet 1963, al dan niet opzettelijk, heeft gevist (niet betreffende het uitzetten van vis), terwijl een ander (te weten, [naam 1] en/of de Noord-Hollandse bond van beroepsbinnenvissers en/of [stichting 1] en/of de [stichting 2]) rechthebbende was op het visrecht van dat water, bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk medeplichtig is geweest door als chauffeur een auto naar de plek(ken) waar die [naam 2] heeft gevist te rijden en/of met die auto die [naam 2] naar die plekken te brengen en/of een of meer fuiken voor die [naam 2] te vervoeren;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeteren. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 450,00 subsidiair 9 dagen hechtenis, waarvan € 150,00 subsidiair
3 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vrijspraak

Het hof is van oordeel dat uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem is tenlastegelegd. Nu naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zal de verdachte hiervan worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. S.M. Milani en mr. P.C. Verloop, in tegenwoordigheid van
mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
14 juni 2022.
Mr. P.C. Verloop is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.