In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het inzamelen van bedrijfsafval zonder vermelding op een lijst van inzamelaars, in strijd met artikel 10.45 van de Wet milieubeheer. Het hof heeft het vonnis van de economische politierechter vernietigd vanwege een andere bewezenverklaring en heeft het bewijs nauwkeurig herbeoordeeld.
De verdachte voerde aan dat hij het afval slechts in opdracht van een opdrachtgever had verwijderd als onderdeel van schoonmaakwerkzaamheden, zonder commercieel voordeel en zonder dat dit een beroepsmatige activiteit was. Dit verweer werd door het hof verworpen, mede gelet op de aard van de ingezamelde goederen en eerdere veroordelingen van de verdachte voor soortgelijke feiten.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte tussen 1 en 7 mei 2020 in Almere opzettelijk bedrijfsafval inzamelde zonder op de lijst van inzamelaars te staan. De strafrechtelijke kwalificatie betrof een overtreding van artikel 10.45 Wet milieubeheer. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte, legde het hof een gevangenisstraf van twee weken op, waarvan de uitvoering werd opgeschort met een proeftijd van twee jaar.