ECLI:NL:GHAMS:2022:1813
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag moeder over minderjarige na voorlopige voogdij en vaststelling omgangsregeling
De moeder was van rechtswege belast met het gezag over haar dochter [kind 1], geboren in 2019. Na zorgen over de opvoeding en zorg is de voorlopige voogdij aan een gecertificeerde instelling (GI) toegewezen en is het gezag van de moeder beëindigd. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing en verzocht onder meer om een deskundigenonderzoek naar haar opvoedvaardigheden en een uitbreiding van de omgangsregeling.
Het hof overwoog dat de moeder vanaf de geboorte niet zelfstandig voor [kind 1] kon zorgen en dat hulpverlening onvoldoende werd benut, mede doordat de moeder onverwacht met het kind naar Marokko vertrok. De pleegouders bieden stabiliteit en rust die het kind nodig heeft. Het belang van het kind bij een stabiele opvoedomgeving weegt zwaarder dan het belang van de moeder bij het behoud van het gezag. Het verzoek tot deskundigenonderzoek werd afgewezen omdat de aanvaardbare termijn van onzekerheid al was verstreken.
Ten aanzien van de omgangsregeling oordeelde het hof dat de huidige regeling passend is en uitbreiding op dit moment te belastend zou zijn voor het kind. Wel werd een informatieregeling toegewezen waarbij de moeder eenmaal per maand wordt geïnformeerd over gewichtige aangelegenheden betreffende het kind. Het hof bekrachtigde daarmee de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over [kind 1] en stelt een informatieregeling vast, terwijl het verzoek tot deskundigenonderzoek en uitbreiding omgang wordt afgewezen.